Herken jij dat, dat je meteen een beetje nerveus wordt als het met je cliënten over suïcidaliteit gaat? Dat je brein meteen op zoek gaat naar houvast, zich afvraagt of je wel goed genoeg op de hoogte bent van de laatste do’s en dont’s rondom het omgaan met suïcidaliteit?

Ennn…dat het op veel werkplekken met collega’s onderling eigenlijk helemaal niet zo veel over dit onderwerp gaat, tenzij het bij een specifieke cliënt even heel actueel is?

Zo’n gesprek had ik in elk geval wel met één van mijn supervisanten. Ze vertelde over een goedlopende behandeling met een meisje van zestien. Het contact verliep goed, er was vertrouwen en in de behandeling werden stapjes vooruit gezet. Totdat deze cliënt haar op een dag verraste en zei:

“Ik voelde me gister eigenlijk vooral heel erg suïcidaal.”

BAM. Knuppel in het hoenderhok, alarmlichten op rood. Het ongemak was voelbaar en mijn supervisant had even een mentale ‘freeze’. Het voelde voor haar of dit het moment was waarop ze maar op één manier goed kon handelen, en die ene manier stond in handboek zus of zo, waar ze op dat moment natuurlijk geen toegang toe had.

Stuntelend zette ze voor haar gevoel het gesprek voort…iets met ‘risicotaxatie’ was haar wel bijgebleven, dus stelde ze vragen over hoe vaak, hoe concreet, hoe urgent. Het was eigenlijk best een prima gesprek geworden, maar kritisch en reflectief als we zijn, bleef mijn supervisant achteraf wel zitten met de vraag:

“Heb ik wel goed gehandeld?”

En natuurlijk — die vraag is belangrijk. Er zijn protocollen, stappenplannen, overlegmomenten die je een aardig eindje op weg kunnen helpen.
Maar voordat we het dáárover hadden, leek het mij belangrijk eerst nog even stil te staan bij het woord zelf:

Wat bedoelde haar cliënt eigenlijk met “suïcidaal”?

 

Woorden die groter voelen dan ze soms zijn

“Suïcidaal” is zo’n woord de lading van een ‘staat van zijn’ met zich meedraagt. Alsof het iets is wat je bent — je bent het wel of je bent het niet. Maar vaak is het eerder een poging om ingewikkelde gevoelens in één woord samen te vatten.

Bij deze cliënt was dat ook zo, ze bedoelde eigenlijk iets anders te zeggen:

“Soms heb ik het gevoel dat ik geen toekomst heb, dat ik niets aan mijn leven kan veranderen en dat alles zinloos is. En dan trek ik me terug en ben ik even niet bereikbaar. Dat voelt echter zó alleen en uitzichtloos, dat ik soms denk dat ik het niet erg zou vinden als ik morgen niet meer wakker werd. En dat noem ik suïcidaal.”

Toen ze dat vertelde, werd het helderder.
Er waren geen plannen, geen voorbereidingen, geen concrete handelen richting de dood.
Maar wel een intense hopeloosheid, een soort gedachtenfuik waarin alles even zwart werd.

En dat is iets anders. Geen reden om hier vervolgens niet zorgvuldig aandacht aan te besteden, maar ook nog even geen reden om de crisisdienst te bellen zeg maar.

 

Denken over denken

Als iemand zegt “ik zie het niet meer zitten”, kan dat het begin zijn van een hele reeks denkstappen. Van “ik zie het niet meer zitten”, naar “misschien hoeft het dan allemaal niet meer”, naar “ik kan maar beter dood zijn”, naar “hoe zou ik dat dan doen?”, naar “wat heb ik daarvoor nodig?”, naar “wanneer ga ik het doen?”.

Er zit een wereld van verschil tussen de eerste en de laatste denkstap. En als behandelaar wil je weten: waar op dat pad zit mijn cliënt nu eigenlijk? Dat vraagt dus niet meteen om handelen — maar om doorvragen.
Om samen betekenis te kunnen geven aan de gekozen woorden.

 

Overeenstemming over taal

Toen mijn supervisant en ik dat samen bespraken, stelde ik voor dat ze met haar cliënt onderzoekt hoe ze dit soort ‘donkere’ momenten voortaan zouden kunnen noemen. Niet om het te bagatelliseren, maar om er woorden voor te vinden die passen.

Als je daar namelijk samen taal voor hebt, dan hoef jij als behandelaar minder te schrikken, en gebruikt je cliënt woorden die beter aansluiten bij wat er werkelijk gebeurt.

En het geldt niet alleen in de behandelkamer.
Ook in overleg met collega’s of in werkbegeleiding kan het helpen om te checken wat iemand bedoelt met woorden als suïcidaal, paniekaanval of crisis. Want als we verschillende beelden hebben bij dezelfde woorden,
lopen we het risico langs elkaar heen te werken — of te handelen op iets wat eigenlijk in de kern iets anders betekende.

Taal lijkt misschien maar een detail, maar het is vaak de sleutel tot precies begrijpen wat er speelt. Taal doet ertoe.

Dusss…als je cliënt zou zeggen ‘ik ben suïcidaal’, verdraag dan eerst even de neiging om in de actie-stand te schieten, en neem vervolgens uitgebreid de tijd om het samen over de betekenis van dat woord te hebben. Ben je gegarandeerd een goed gesprek verder, en durf ik te wedden dat je gevoel van machteloosheid wat gezakt is…

 

NB: in het Tijdschrift voor Psychiatrie verscheen onlangs een artikel dat mooi aansluit bij bovenstaande tekst, maar dan onderbouwd met cijfers en wetenschappelijk onderzoek. Hierbij de link naar het artikel.

 

Andere tips:

  • Boek (2012) en film (2018): Niemand in de stad van Philip Huff. Natuurlijk was het boek er eerst, maar een film gaat sneller… Gaat over een groep jonge corporale studenten in Amsterdam die elkaar minder goed blijken te kennen dan gedacht: één van de vrienden zit niet lekker in z’n vel, maar houdt de schijn op. Wat me hierbij triggerde dat er wel signalen werden opgepikt (uitgeschreven bij de bieb, op klaarlichte dag in de kroeg), maar dat er werd getwijfeld om dit bespreekbaar te maken. Naar mijn idee is dit in ons werkveld ook nog altijd een gevoelig onderwerp, waardoor signalen die soms mogelijk wel gegeven worden, niet altijd worden opgepikt. Interessant om eens over in gesprek te gaan…
  • Documentaire (2025): Milou’s strijd gaat door van NPO DOC. Bijna té delicaat om iets over te zeggen…dit verhaal is zó vers en zó rauw… Kort gezegd is de documentaire een ode aan het leven van Milou, en geeft het een inkijkje in hoe het in godsnaam mogelijk is dat een vrolijk en levenslustig kind kan veranderen in een jongere in wiens hoofd het zó zwart wordt dat ze het leven niet meer aan kan. En hoe suïcidaliteit er dan uit kan zien. En wat dat dan vervolgens allemaal doet met de omgeving, hoe buitenstaanders zich hier een mening over vormen… Het was Milou’s missie om meer aandacht te genereren voor het onderwerp psychisch lijden onder jongeren. Bij deze. Laten we in godsnaam met elkaar in gesprek blijven over het zwart dat ons soms kan overspoelen en beheersen…opdat de ander daar in elk geval niet alleen mee is…

 

How about you?

Ennn…heb jij ook interessante artikelen, boeken, blogs, documentaires, films, podcasts gezien, gehoord of gelezen die over dit thema gaan, en die jij in je werk met je cliënten ook gebruikt of inzet? Laat het me weten, leuk om samen te delen en te bouwen aan een waardevol ‘archief’!

Pin It on Pinterest